Teksten van tekstschrijver.eu, daar komen bezoekers wél voor terug!

Timo & Co - Een lek in de U.S.A.

1 - Naar Amerika

”Je maakt nog steeds geen grapje, hè?” vroeg Timo Toekan, toen hij en zijn vriend Co de Rups op het vliegveld uit de taxi stapten.
Co schudde zijn hoofd. ”Dit is niet iets om een grap over te maken.”
”De president van de Verenigde Staten,” zei Timo vol ongeloof. ”Je hebt me nooit verteld dat hij een vriend van je is.”
”Ik heb je wel meer niet verteld,” zei Co, terwijl hij zijn koffer achter zich aan trok en de vertrekhal in holde. ”Bijvoorbeeld dat we heel snel moeten zijn, omdat het vliegtuig ieder moment kan vertrekken…”
Timo haastte zich achter zijn vriend aan. Op het vliegveld was het een drukte van belang. Ze zochten naar de juiste incheckbalie en Co controleerde de tickets. Een half uur later waren hun koffers ingenomen en mochten ze door de controle.
”Wat een gedoe altijd,” zei Timo, toen ze eindelijk bij de vertrekhal aankwamen. Het vliegtuig naar Washington D.C. – de Amerikaanse hoofdstad – zou over vijftien minuten open gaan. ”Het duurt zo lang voordat je erdoorheen bent.”
”Wacht maar tot we straks in Amerika zijn,” zei Co. ”Daar zijn de rijen veel langer dan hier. Ik heb er een keer vier uur staan wachten voor ik een visum kreeg.”
”Een visum?”
”Maak je niet druk, alles is geregeld. Dat krijg je ervan als je de gast bent van mister President.”
Ze gingen op de bankjes zitten en Co sloeg de krant open die hij onderweg had gekocht. Timo keek naar de mensen die zich aansloten om met hen mee te gaan. Het vliegtuig zou behoorlijk vol komen te zitten.
”Moet je nu eens lezen,” zei Co. Hij grinnikte en schudde zijn hoofd. ”Je kunt zeggen wat je wilt, maar die Amerikanen zijn soms wel een tikkeltje vreemd.”
Hij liet Timo de bladzijde zien die hij aan het lezen was.
”NASA bouwt reuzenstofzuiger,” las Timo voor. ”Wat moet ik me daarbij voorstellen?”
Op de foto was een enorm metalen toestel te zien. Het leek nog het meest op een tank, maar dan eentje die kon drijven. Vooraan bevond zich een slurf van een paar meter lang.
”De NASA houdt zich bezig met ruimtevaart. Daar stoppen die Amerikanen veel geld in. En nu willen ze met een reuzenstofzuiger gaan kijken of ze de ruimte een beetje kunnen schoonhouden.”
”Schoonhouden?”
”Ja, al die planeten en kometen die maar in het rondzwerven. Sommigen zijn zo groot, als die op de aarde inslaan, zijn we weg. Daar zijn ze hartstikke bang voor. Ik zei je toch, soms zijn ze een beetje gek.”
Voor hen begonnen mensen op te staan.
”Volgens mij kunnen we instappen,” zei Timo.
Co legde zijn krant opzij en pakte zijn koffer en paspoort. ”Laten we maar gaan,” zei hij. ”Maak je klaar voor een lange vlucht, Timo. Negen uur vliegen, als het mee zit.”
Timo trok zijn schouders op. Hij was het vliegen intussen wel gewend. Hij had met Co intussen zoveel avonturen meegemaakt, dat hij niet koud werd van een vlucht meer of minder.
De twee vrienden sloten achteraan in de groep.
Timo zocht druk in zijn handbagage naar zijn paspoort. Hij was het ding toch niet kwijtgeraakt.
”Wat is er nou?” vroeg Co.
Zweetdruppeltjes parelden op Timo’s voorhoofd. ”Niets,” mompelde hij, terwijl hij door zijn spullen graaide.
Ineens werd hij afgeleid door een gestalte, die een paar meter bij hem vandaan stond. Timo keek op en een kort moment stond hij oog in oog met iemand die hij ergens van kende. De man, gekleed in een lange jas en een hoed, keek terug. Toen zette hij razendsnel zijn zonnebril op en draaide zich om.
”Hier is je paspoort,” zei Co. Hij hield het ding voor Timo’s gezicht. ”Je had me gevraagd het bij me te houden, toen we door de controle gingen.”
Opgelucht haalde Timo adem. ”Nou, nu houdt niets ons meer tegen,” mompelde hij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen